Rekentoets VO

De rekentoets is bestemd voor alle leerlingen, dus ook voor de leerlingen die geen wiskunde in hun pakket hebben. Uitgangspunt voor de rekentoets voor vmbo is het behalen van referentieniveau 2F, voor MBO/havo/vwo is dat 3F.

De rekentoetsen bestaan uit een aantal opgaven met telkens één vraag, die goed of fout beantwoord wordt door een leerling. De rekentoetsen bevatten ook opgaven die zonder rekenmachine gemaakt moeten worden.

De niveaus 2F en 3F verschillen niet veel naar inhoud. Voor beide niveaus geldt dat ze gericht zijn op „consolidatie‟ en op „onderhoud door gebruik‟ van hetgeen vooral in 1F (eindniveau basisonderwijs) aan bod is gekomen. 3F heeft complexere toepassingen dan  2F. Dat de leerstof van het basisonderwijs beheerst moet worden, mag duidelijk zijn.

RT Praktijk Rotterdam onderzoekt met welke vaardigheden een leerling moeite heeft. Door de afname van een toets worden de probleemgebieden zichtbaar. Vaak blijkt dat de
rekenproblemen zich al op basisschoolniveau (1F) afspelen.

Vervolgens wordt er een behandelplan opgesteld. Hierbij wordt geprobeerd samen te werken met de school van de leerling. Afhankelijk van de problematiek kan de begeleiding een maand tot een jaar duren. Eén maal per week krijgt de leerling de oefenstof uitgelegd, waarmee hij/zij thuis (digitaal en/of schriftelijk) verder oefent. Dit neemt ongeveer 1 uur in beslag en is altijd in overleg met de leerling. Regelmatig zijn er tussenevaluaties om te kunnen vaststellen of de leerling de gewenste vooruitgang heeft. Eventueel wordt het behandelplan dan aangepast. Ook kunnen wij de leerling na een half jaar intensieve begeleiding met weinig tot geen verbetering, aanmelden voor een onderzoek naar dyscalculie.